Sjalot (BuSO)

Sectoren
Groene Vingers

Leerlingen kunnen sjalotten planten en oogsten.

 

Oorspronkelijk uitgewerkt voor: een klas OV1 type 2 (tussen de 14 en 18 jaar) 

Competenties (vaardigheden/kennis van de klasgroep):

De leerlingen van deze klas:

  • Kunnen wandelen; 
  • Kunnen heel eenvoudige deelopdrachten uitvoeren onder begeleiding van de leerkracht
  • Kunnen hun vaste leerkrachten herkennen
  • Kunnen hun eigen foto herkennen;
  • Aanvaarden verzorging en hulp door leerkrachten of begeleiders.

Klassikale onderwijsbehoeften:

  • Rustige klassfeer;
  • Visuele ondersteuning;
  • Fysieke begeleiding;
  • Instructies nodig die kort en duidelijk zijn en ook gedemonstreerd worden;
  • Eenduidige en enkelvoudige opdrachten;
  • Pictogrammen in kleur;
  • Leerkracht nodig die kennis heeft van SMOG;
  • Leerkracht nodig met geduld en helpende hand;
  • Veilige leeromgeving;
  • Leeromgeving met duidelijke afspraken en regels;
  • Feedback nodig die snel komt en opbouwend is;
  • Nood aan verzorging;
  • Stimuleren van zelfredzaamheid en motorische vaardigheden.

 

Belangrijk! In het BuO werken we volgens de cyclus van handelingsplanning. Naargelang de beginsituatie van de groep moeten de doelen, materiaal en les- of activiteitenverloop dus aangepast worden.

Deze activiteit werd gemaakt door studenten uit de banaba BuO van Vives campus Kortrijk.

Doelstellingen

  • De leerling geniet van werken in de moestuin (het planten van sjalotten).
  • De leerling wast zijn handen na het zaaien.
  • De leerling hanteert de pincetgreep en/of driepuntsgreep tijdens het planten van de sjalotten.
  • De leerling volbrengt het planten van de sjalotten.
  • De leerling maakt gebruik van handschoenen/schopje tijdens het planten (optioneel).

Ontwikkelingsdoelen OV1-2

Wonen:

  • Geniet van een activiteit of situatie;
  • Voert huishoudelijke activiteiten uit rekening houdend met veiligheid, hygiëne en milieu;

Werken:

  • Beheerst en coördineert de nodige fijne motoriek bij het uitvoeren van een opdracht;
  • Voert het werk met volle en volgehouden aandacht uit.

Overkoepelende:

  • Staat open voor nieuwe ervaringen (indien nieuwe activiteit).
  • Gaat om met hulpmiddelen (optioneel);
  • plantsjalotten
  • meetlat, touwtje, blokje… van 15 cm of langer (differentiatie mogelijk)
  • schopje of handschoenen wanneer lln niet graag met hun handen in de aarde zitten
  • ajuin en sjalot
  • zaai- of jaarkalender (indien nodig).

De sjalot

Eerst wat uitleg over de sjalot (in groep mondeling- kan gekoppeld worden aan eerdere lessen- illustratie met echte ajuinen/sjalotten is zinvol- zaai- of jaarkalender bij de hand indien nodig):

Sjalot is overduidelijk familie van de ui. Het grote verschil is dat 1 plantuitje 1 grote ui wordt, 1 sjalotje wordt echter ongeveer 4-10 nieuwe sjalotjes. Sjalotten maken meer blad, en eenmaal aangeslagen kun je (omdat ze oppervlakkig groeien) zien dat de sjalot “breekt” en zich vermeerdert in meerdere nieuwe sjalotten. Er zitten vaak wat grotere en wat kleinere sjalotten aan zo’n “klister”. Sjalotten worden meestal geplant, maar kunnen ook gezaaid worden. Sjalotten planten kan al vanaf maart (voor de gele rassen), vroeger planten geeft meer kans op doorschieten. 

sjalot

Goede buren: worteltjes, kropsla, bieten, … (Duidelijk maken met foto’s aan het bord)

Slechte buren: koolsoorten, bonen, erwten en asperges. 

Fase 1: planten

Stap 1 (in groep- vooraf samen te doen of leerkracht brengt deze mee)


Haal vanaf eind maart een zakje plantsjalotten bij het tuincenter. Rond die periode kun je beginnen planten. Hou er rekening mee dat uit één bol al snel 8 à 10 nieuwe sjalotten groeien, en plant enkel bollen die stevig aanvoelen en niet ruiken.

zak

Stap 2 (kan samen in groep ontdekt worden of licht al vast)
 

Plant ze op een zonnig perceel. De sjalot houdt van humusrijke, warme en lichtrijke grond, maar niet van natte voeten.

plantenzon

 

Stap 3 (individueel of in groepjes)
 

Plaats de bollen in losgewerkte grond op zo’n 15 cm van elkaar (gebruik hulpmiddel of zelf te meten) en vlak onder de oppervlakte. Hun topje moet nog zichtbaar zijn.

Deel 1: Maak een lange kuil in de aarde van ongeveer 15-20 cm diep met je vinger/hand. Steek dan een bol in de kuil. (Met het platte kantje en worteltje naar beneden). OF Met handschoenen/schopje

kuiltjehandschoenenschopje

Deel 2: Stop 15 cm verder nog een bol in de grond, tot alle bollen in de aarde zitten.

Deel 3: Maak een tweede rij en zorg ervoor dat er 30 cm tussen de rijen zit (hulpmiddel of zelf te meten). 

meetlat

Deel 4: Maak de lange kuil dicht en zorg ervoor dat je nog net het puntje van de sjalot kan zien. Naarmate de bollen groeien, zullen nieuwe sjalotten onderaan opduiken.

Deel 5: Eenmaal binnen wassen we onze handen.

Fase 2: oogsten

Stap 4 (Bespreking op einde les van les in groep en dan hopelijk op het einde van het schooljaar eind juni oogsten en gebruiken in een kookles). 

Sjalotten die je in maart plant, kun je in juli oogsten. Kijk na of ze een gezonde glans hebben en stevig zijn. Dan zijn ze op hun best.

sjalot

Stap 5 (bespreking op einde van de les in groep en hopelijk eind juni nog eens en dan enkele bewaren tot in september volgend jaar om er dan op terug te komen en weer mee te koken).

Sjalotten kun je tot enkele weken bewaren op een koele, donkere en droge plaats. 

sjalot

Evaluatie

  • Is het stappenplan doorlopen?
  • Hoe verliep de samenwerking in de klas?
  • Vonden de leerlingen dit een leuke activiteit?
  • Welke doelen hebben ze kunnen nastreven?
  • Wat zou je als leerkracht anders aanpakken?

Self-assessment aan de hand van een blob pitch is zeker ook een optie ( https://assets.klj.be/attachment/Evaluatiemethodieken%20voor%20activiteiten.pdf)