Het weerbericht (BuO)

Sectoren
Het Weer

Leerlingen kunnen gericht naar het weer kijken a.d.h.v een weerbericht. 

 

Oorspronkelijk uitgewerkt voor: een speelleerklas in type basisaanbod

Letters en cijfers zijn ook nog niet bij iedereen gekend (kan zorgen voor onrust en frustraties).

Voor kinderen die:

  • Cognitief op niveau 3e kleuter-1e leerjar functioneren
  • Nood hebben om op regelmatige tijdstippen te mogen bewegen
  • Nood hebben aan visualisatie en ondersteunend gebaren.

 

Belangrijk! In het BuO werken we volgens de cyclus van handelingsplanning. Naargelang de beginsituatie van de groep moeten de doelen, materiaal en les- of activiteitenverloop dus aangepast worden.

Deze activiteit werd gemaakt door studenten uit de banaba BuO van Vives campus Kortrijk.

Doelstellingen

  • De leerlingen herkennen de zon, de regen, veel of weinig bewolkt en kunnen deze benoemen.
  • De leerlingen vergelijken deze gegevens met het weer buiten.
  • De leerlingen weten wat een weersvoorspelling is.

Ontwikkelingsdoelen type basisaanbod

  • De leerling kan verschillende weersomstandigheden gericht waarnemen, vergelijken en benoemen.
  • De leerling kan de weersituatie op een bepaald moment en over een beperkte periode meten en beschrijven.
  • De leerling geeft de natuurverschijnselen aan die een bepaald seizoen kenmerken.
  • Het weerbericht van de dag.
  • De bestaande weersfiguren zoals de zon, regen, bewolkt… in het groot en in memory-vorm. 
  • Filmpje schooltv: het weer

1. Inleiding

De leerlingen zitten voor het bord en krijgen het filmpje van schooltv te zien. Daarna vraagt de leerkracht hoe je nu kan zien wat voor weer het vandaag zal worden.

De leerkracht laat de weersvoorspelling zien en vraagt wat voor weer het vandaag zal worden.

De leerkracht laat ook de verschillende weersfiguren zien en vraagt de leerlingen om deze te benoemen.

Daarna wordt een kleine memory gespeeld met de weersfiguren (kan in groep of in deelgroepjes of individueel). Als de kinderen 2 dezelfde kaartjes gevonden hebben, benoemen ze wat er op het kaartje staat.

2. Klopt de voorspelling?

Daarna gaat de leerkracht met de kinderen naar buiten. Wat voor weer is het nu, klopt dit met wat er op de weersvoorspelling staat?

Warm/koud?

Wind?

Zon of regen?

Bewolkt?

*Dit kan ook eerst gedaan worden en dan pas overstappen naar de ‘theorie’ (filmpje en/of weersvoorspelling).

Daarna gaan de leerlingen terug naar binnen en kijken naar de weersvoorspelling voor morgen. Wat voor weer zal het morgen zijn? En wat doen we dan het beste aan?

Een regenjas? Een dunne/dikke jas?

Kleedje of broek?

Regenlaarsjes of sandalen?

3. Evaluatie

De volgende les wordt een kleine ‘ondervraging’ gehouden. Welk weer is het vandaag?

De leerkracht vraagt aan de leerlingen om thuis op zoek te gaan naar een weersvoorspelling en deze mee te nemen naar de klas (of in de klas op te zoeken). In de klas mogen ze daar dan iets over vertellen. Wat voor weer geven ze woensdag uit? De leerlingen kunnen zichzelf of de klasgenoten ook evalueren (proces en/of product) met bijv. smileys.