Zaaien van kropsla! (BuO)

Sectoren
Groene Vingers

De leerlingen kunnen kropsla zaaien en verzorgen. 

 

Oorspronkelijk uitgewerkt voor:  een type 9 kleuterklas 

Voor kinderen die:

  • graag actief aan de slag gaan.
  • nood hebben aan structuur en visualisatie (aangeboden door het stappenplan of filmpje). 
  • niet graag in de aarde werken, worden handschoenen voorzien.

Belangrijk! In het BuO werken we volgens de cyclus van handelingsplanning. Naargelang de beginsituatie van de groep moeten de doelen, materiaal en les- of activiteitenverloop dus aangepast worden.

Deze activiteit werd gemaakt door studenten uit de banaba BuO van Vives campus Kortrijk.

Doelstellingen

  • De leerlingen kunnen een stappenplan volgen (zelfstandig/met hulp).
  • De leerlingen kunnen sla zaaien. 
  • De leerlingen kunnen de materialen hanteren om sla te zaaien.
  • De leerlingen kunnen benoemen wat belangrijk is bij het zaaien van sla.
  • De leerlingen kunnen kiezen of ze handschoenen gebruiken of niet.
  • De leerlingen weten hoe ze ervoor moeten zorgen dat hun sla groeit. 
  • Voor verdere activiteiten: Leerlingen kunnen hun sla verzorgen.

Leerplandoelen

​​​​​​​VVKBaO

  • OWna3
  • OWna4
  • OWna7
  • IVzv1
  • handschoenen
  • schop
  • zaden
  • meetlat/ of ander voorwerp (touwtje, blokje,…) van 15 cm
  • zaaibak/bloempot
  • bloemaarde
  • gieter

1. Inleiding

Duidelijk maken van een aantal zaken.

Hoe? 

zaaien

Waar?

In vruchtbare grond, in een moestuin.

 

Aandachtspunten?

Deze plantjes zijn kwetsbaar voor ziekten en plagen, daarom moet je de slakken goed op afstand houden.

2. Aan de slag!

1. Klaar leggen van materiaal

materiaalbloemaardegieter

2. Wie wil, kan handschoenen aandoen. 

handschoenen

3. Neem aarde uit de zak, met behulp van het schopje. Deze aarde doe je in de bloempot/zaaibak.

stap3stap3a

4. Nu is de bloempot vol. Je neemt je meetlat (of ander voorwerp van de juf van 15 cm) erbij.

latlat2

5. Je meet 15 cm af (staat aangeduid op de meetlat). Met je vinger maak je een putje in de aarde.

Dit doe je tot het einde van je bloempot/zaaibak.

metenmeten

6. Je neemt de zaadjes in je hand.

zaadjeszaadjesinhand

7. De zaadjes worden in het putje gelegd. Daarna wordt het zaadje bedekt met aarde. 

zaaienafdekken

8. Je vult je gieter met water. Daarna geef je je zaadjes water.

gieterwatergeven

3. Evaluatie

Self-assessment 

De kleuters krijgen elk een blad met drie smileys op. Ze omcirkelen wat er van toepassing is. Daarna gaan we in gesprek.

smileys

Formatieve assessment

Evaluatie van het volledig proces. Hierbij wordt stilgestaan bij volgend kader:

formatieve assessment