Moeten we wel spitten ?
De biologische aanpak
Volgens biologische tuiniers is het compleet zinloos en zelfs schadelijk. Elke bodemlaag heeft namelijk een zeer specifieke taak en door te spitten kunnen we dit evenwicht grondig verstoren. In de bovenste laag van onze grond krioelt het van leven. Bacteriën, schimmels en andere beestjes zijn van onschatbare waarde voor de vruchtbaarheid van onze grond. Bij het spitten lopen we het risico dat essentiële leven te diep onder te graven en te verliezen bij een gebrek aan zuurstof. Maar ook het omgekeerde zal gebeuren. Leven uit diepere grond zal juist sterven door de zuurstof die vrijkomt bij het spitten. Het duurt vervolgens weken tot maanden vooraleer het volledige bodemleven zich weer heeft hersteld. Als reactie op dit spitten reageert de natuur met een overdaad aan onkruid dat wij vervolgens weer even snel willen wieden.
De traditionele aanpak
Meer traditionele tuiniers vinden spitten dan weer prima. Zij spitten om de grond luchtiger te maken, de structuur te verbeteren, zaden sneller te laten ontkiemen, onkruid onder de duim te houden en mest te laten inwerken. Ze doen het ook omdat het netter oogt en omdat het een gezonde fysieke oefening is.
Onze keuze: 15 centimeter met een spitvork
Persoonlijk kiezen wij ervoor om slechts de bovenste, dikke laag van 15 tot 20 cm met een spitvork los te maken. Het is dus zeker niet nodig om 2 tot 3 steken diep te spitten zoals vaak wordt beweerd.
Uitzondering: één steek met een spade
Voor groenten met een lange wortel zoals pastinaken –een fantastische vergeten groente– en wortelen moet de grond wel dieper worden losgewoeld. Hier mag er dus wel traditioneel en dieper gespit worden. Meteen een buitenkans om de kinderen van dit pareltje van fysieke prikkels te laten genieten.
Als de compost-mulchlaag (die voor de winter is aangebracht) niet volledig verteerd lijkt, dan mag die zeker in de bovenste laag ingespit worden.
Het is aangeraden om een week of twee weken voor het zaaien te spitten. Want door het spitten breng je onkruidzaden naar de oppervlakte waardoor ze gaan ontkiemen. Een of twee weken later, net voor je gaat zaaien, moet je dan alle onkruid in een keer wieden.
Rotatieschema
Hoe kunnen we nu weten waar wortelen of pastinaken werden geplant ? Het zou een gewoonte moeten worden om op het eind van elk oogstseizoen een grondplan te maken met alle teelten. Paaltjes kunnen de verschillende teeltbedden aanduiden. (zie akker – inhoud – rotatie – oppervlakte en schaal).
Hoe spitten ?
vasthouden spade:
Zeker als er graszoden omgespit moeten worden, is het best om eerst met de spade ondiep een ‘vierkantje’ af te bakenen. Anders komen wel eens enorme kluiten los, die bijna niet om te draaien zijn.
vasthouden spade:
Houd de spade een beetje schuin. Met de ene hand houd je het handvat vast, met de andere hand hou je de steel van de spade vast. Steek de spade verticaal over de hele lengte van het blad in de grond. Je kan eventueel je voet nog op de bovenkant van het blad plaatsen om ze dieper in de grond te krijgen.
spitten:
Steek de spade verticaal over de hele lengte van het blad in de grond, licht de volle spade uit de grond, laat de grond vallen door de schop om zijn as te laten draaien. Werk in rijen waarbij de grond uit de eerste rij in de kruiwagen geschept wordt. Daarna komt de grond van de tweede rij in de eerste rij. Zo werk je verder. De laatste rij vul je op met de inhoud van de kruiwagen.
rugpijn:
Heel toevallig is de Engelse vertaling van ‘spit’ het welgekende lumbago. Maar als je de spade correct hanteert, dan hoef je je niet met rugpijn op te zadelen. Sta met de kinderen dan ook eens stil bij het hefboomprincipe van de spade. Wie hefbomen snapt, spaart zijn/haar rug.
Het is vooral belangrijk om de machtarm (m) zo lang mogelijk te maken, zowel bij het losmaken als bij het omkeren van de aardkluit.
M = macht
m = machtarm
L = last
l = lastarm
s = steunpunt
Moeten we wel bemesten?
Groenten onttrekken voedingsstoffen uit de grond. Er dient dus jaarlijks extra voedsel toegediend te worden. Als dat niet gebeurt, raakt de grond na enkele jaren uitgeput en zal er niet veel meer groeien. Bemesten is dus een noodzaak.
Maar moet die mest wel uitgestrooid en ingespit worden ?
Tijdens het spitten wordt dikwijls tegelijkertijd organisch materiaal onder gewerkt, meestal compost of stalmest. Het onderwerken van stalmest is niet echt ideaal omdat er altijd nog actieve onkruidzaden aanwezig zijn in deze mest en u dan eigenlijk bezig bent met deze uit te zaaien. Beter is het om deze mest te gebruiken in de composthoop waar deze stalmest heel goed van pas komt.
Daarna kunt u de compost gebruiken om de bodem af te dekken, als mulch eigenlijk. Dit is veel beter omdat u zo verschillende voordelen ineens combineert en de compost wordt toch geleidelijk ondergewerkt door het bodemleven. De mulchlaag van compost beschermt de grond tegen de weersomstandigheden in de winter, stimuleert het bodemleven en sluit de grond – en de onkruidzaden – af van licht, noodzakelijk voor hun kieming. Compost die goed gemaakt is en goed warm heeft gehad in de composthoop is 100% onkruidvrij. Hierop zal dus niet snel onkruid groeien. Deze mulchlaag van compost stimuleert het bodemleven enorm, het is een groot feestmaal voor deze organismen die leven van organisch materiaal. Vooral regenwormen gaan zorgen dat de compost wordt vermengd met de bodem en geleidelijk aan verdwijnt.
Werken met mulch (zie akker – extra info – klaar voor de winter) veronderstelt dan wel dat er voor de winter reeds uitgebreide voorbereidingen zijn getroffen. Een mulchlaag raakt nl. niet in twee weken ondergewerkt.
Voor wie toch wil bemesten...
Als je zelf minder voorzienig bent geweest (en de akker niet voor de winter hebt klaargelegd) of je start met een nieuwe mini-akker, dan is het wel beter om te gaan bemesten.
Werk liefst met organische meststoffen zoals dierlijke mest, compost, oogstresten, groenbemester en zelfs humus. Op die manier voorkom je overbemesting. Organische meststoffen werken ook trager in en zo blijft de bodem langer vruchtbaar. Best is om ze in de bovenste laag (15 cm) in te werken (inwerken met de spitvork of inspitten).
Hoeveel compost of mest per m2?
Bij aanleg van een nieuwe tuin is één kruiwagen compost of stalmest per 10 m2 de aanbevolen dosis (en dat kan behoorlijk zwaar wegen…)
Onderzoekend leren: om bij na te denken…
Kan het ook met wat minder mest?
Denk vooral niet … hoe meer mest, hoe groter de oogst. Bepaalde soorten groenten zijn echt niet gediend met een overvloed aan mest. Koolgewassen, vruchtgroenten en aardappelen hebben een grote behoefte aan stalmest of compost. Bladgroenten, met uitzondering van prei, hebben iets minder nodig. Veel wortelgroenten en peulgewassen behoeven op goed onderhouden grond geen organische voorraadbemesting.
Die boontjes en wortelen met extra bemesting (in de proeftuin) zouden dus wel eens kunnen tegenvallen…
Bron :
Spitten of niet spitten. (z.j.). Geraadpleegd van http://vtvgrouw.nl/wp-content/uploads/2015/12/spitten-of-niet-spitten.pdf