Sjalot (BuO)

Sectoren
Groene Vingers

Leerlingen kunnen sjalotten planten en oogsten.

 

Oorspronkelijk uitgewerkt voor : type 9 (cf eerste leerjaar) 

Voor leerlingen die:

  • nood hebben aan structuur en een rustige leeromgeving
  • zich niet altijd gemakkelijk voelen bij het moeten werken in de tuin (vuil, gevoel van aarde, te druk, niet weten hoe het moet …). Deze leerlingen moeten stap voor stap meegenomen worden. Bv. in de klas al alles eens overlopen en uitleggen en extra (individuele) begeleiding in de tuin zelf.
  • nog jong zijn en bij wie concentratie en wachten moeilijk is. Elke leerling moet dus vooraf weten wat hij/zij moet doen. Zo ontstaat er geen chaos. 
  • Bepaalde leerlingen kunnen niet goed met elkaar samenwerken. Hier moet rekening mee gehouden worden bij de groepsindeling.

Belangrijk! In het BuO werken we volgens de cyclus van handelingsplanning. Naargelang de beginsituatie van de groep moeten de doelen, materiaal en les- of activiteitenverloop dus aangepast worden.

Deze activiteit werd gemaakt door studenten uit de banaba BuO van Vives campus Kortrijk.

Ontwikkelingsdoelen

  • De leerlingen kunnen sjalotten planten. (OD: Milieu: 1.22.De leerlingen kunnen bij de verzorging van dieren en planten uit hun omgeving zelfstandig basishandelingen uitvoeren)
  • De leerlingen werken samen. (OD: sociale vaardigheden - Domein samenwerking: 3.De leerlingen kunnen samenwerken met anderen, zonder onderscheid van sociale achtergrond, geslacht of etnische origine.)
  • Differentiatie: De leerlingen meten 30 en 15 cm. (OD TBA: TD 31.e De leerlingen kunnen lengtematen (meter, centimeter, millimeter en kilometer en hun gebruikelijke afkorting) hanteren en HD 32 De leerlingen kunnen het juiste meetinstrument voor het meten van een grootheid gebruiken)

Hoe planten?

Theorie in klas uitleggen:

  • Sjalot is overduidelijk familie van de ui. Het grote verschil is dat 1 plantuitje 1 grote ui wordt, 1 sjalotje wordt echter ongeveer 4-10 nieuwe sjalotjes.  (Toon een sjalot plantuitje en een grote sjalot bos.)
  • Sjalotten maken meer blad, en eenmaal aangeslagen kun je (omdat ze oppervlakkig groeien) zien dat de sjalot “breekt” en zich vermeerderd in meerdere nieuwe sjalotten. Er zitten vaak wat grotere en wat kleinere sjalotten aan zo’n “klister”.  (Afbeelding tonen)
  • Sjalotten worden meestal geplant, maar kunnen ook gezaaid worden. Sjalotten planten kan al vanaf maart (voor de gele rassen), vroeger planten geeft meer kans op doorschieten. 
  • De grond moet goed droog zijn om sjalotten te kunnen planten. Sjalotten moeten schraal bemest worden. Omdat ze een oppervlakkige beworteling (ca. 30 cm) hebben is het van belang dat er niet te diep bemest wordt. Goede buren van de sjalot zijn worteltjes, kropsla, bieten,… De sjalot heeft ook enkele slechte buren zoals de koolsoorten, bonen, erwten en asperges. 
  • Selectie info nodig en aangepaste woordenschat afhankelijk van groep.

Aan de slag!

We maken rijen met 30 cm tussen elke rij (we zetten stokjes om de rijen aan te geven) elke leerling maakt 1 rij (differentiatie: leerlingen meten zelf 30 cm).

Maak de grond los: elke leerling mag tussen zijn stokjes zijn rij los maken dit mag met een schop en een rakel.

Tussen plantsjalot moet er 15 cm dit gaan we ook afmeten. Differentiatie: leerlingen kunnen 15cm meten met een lat, met een stokje dat juist 15cm is, met een touw dat ze kunnen leggen waar om de 15cm een knobbel in is …  (afhankelijk van beginsituatie en doelstelling indiv. lln).

Dan kunnen de leerlingen kiezen: ofwel maken ze een priemgaatje in de grond om de 15cm ofwel leggen ze een steen, ofwel een stok.

Als alle gaatjes gemaakt zijn of de plaats om te platen aangeduid is gaan we planten:

Elke leerling krijgt 10 plantsjalotten. We planten de wortels naar beneden (leerkracht toont 1 voor). We plaatsen ze precies zover de grond dat je nog net het puntje boven de grond ziet.  ( dit tonen we op een afbeelding of kunnen ze bekijken bij een voorbeeld plantje van de leerkracht) en dan mogen ze hun 10 plantjes planten. De leerkracht laat de kinderen kiezen of ze met de vingers een gaatje maken, met een priem of met een handschopje.

 

Onderzoekend leren: om bij na te denken…  

Wat zou er kunnen gebeuren als de sjalotten te diep geplant worden? 

Of als er teveel van de sjalot vrij is?

Laat de leerlingen hierover nadenken en/of geef tips. De sjalot zou eventueel weer meer naar boven kunnen komen, door regenweer of andere oorzaken. Dan zal het belangrijk zijn om deze weer een beetje dieper in de grond te brengen. 

(Afhankelijk van beginsituatie groep) 

Evaluatie

Bevraging mondeling of op papier: zet de stappen van het planten van een sjalot in de juiste volgorde, teken een sjalot …