Mooi uitgestald is goed verkocht! (BuO)

Sectoren
Algemeen

De leerlingen kunnen d.m.v. technieken en hun creativiteit producten aantrekkelijk presenteren. 

InhoudAffiche ontwerpen voor groentewinkel

 

Oorspronkelijk uitgewerkt voor:

  • Oudste functionele klas uit basisaanbod (11 leerlingen met leeftijden tussen 11 en 13 jaar; 3 jongens en 8 meisjes)

Voor kinderen die:

  • Nood hebben aan: herhaling, vaste structuur, concreet plan van aanpak, kennen van het (de) doel(en) van de les.
  • Ondersteuning nodig hebben bij schrijven, ‘genoeg’ begeleiding bij de opdrachten in het algemeen.

Let op: Het is nodig om eerst naar een groentenwinkel, markt of supermarkt te gaan met de leerlingen en er groenten voor soep te kopen, voor deze les gegeven kan worden.

Belangrijk! In het BuO werken we volgens de cyclus van handelingsplanning. Naargelang de beginsituatie van de groep moeten de doelen, materiaal en les- of activiteitenverloop dus aangepast worden.

Deze activiteit werd gemaakt door studenten uit de banaba BuO van Vives campus Kortrijk.

Doelstellingen

  • De leerlingen kunnen gebruik maken van hun creativiteit om de voedingsmiddelen er aantrekkelijk te doen uitzien.
  • De leerlingen hanteren de nodige technieken om de affiche vorm te geven.
  • De leerlingen komen tot een eindresultaat.
  • De leerlingen kunnen samenwerken bij het ontwerpen en het maken van hun eigen affiche.

Ontwikkelingsdoelen type 1

  • De leerling ontwikkelt een toenemende vaardigheid in het gebruik van materialen en het toepassen van technieken (o.a. knippen, plakken, schilderen, boetseren, een lat hanteren, ).
  • De leerling geeft zintuiglijke impressies, informatie, ervaringen, gevoelens en fantasieën op een beeldende manier weer in een persoonlijke, authentieke creatie.
  • De leerling herkent reclame als middel om verkoop te stimuleren.
  • De leerling kan suggesties geven voor het inrichten van zijn eigen omgeving.
  • De leerling leert samenwerken met anderen.

(Let op vanaf 1 september 2020 moeten deze vervangen worden door OD type basisaanbod). 

  • Papier
  • Stiften, kleurpotloden, wasco’s
  • Foto’s met voorbeelden
  • Touw, lint
  • Peerevaluaties

1. Inleiding

Goedemiddag allemaal! Gisteren zijn we naar de groentewinkel geweest. Wat hebben we daar gekocht?

  • Prei
  • Aardappel
  • Selder
  • Wortelen

We gaan met deze groenten morgen soep maken.

Hoe hebben we deze groenten uitgekozen? Waarom hebben we deze groenten gekozen? Hoe heb je de juiste groenten gevonden?

  • We hebben volgens het recept gezocht.
  • We keken welke groenten er mooi uitzagen.
  • We namen niets mee met rotte plekjes
  • We hebben hulp gevraagd aan de mensen uit de winkel

 

Vandaag wil ik met jullie iets doen om de mensen van de groentewinkel te helpen. Hoe kunnen we dit doen?

> Antwoorden van de leerlingen.

 

Daar zitten heel wat leuke antwoorden bij. Ik wil vandaag met jullie affiches maken om de groenten aan te prijzen. Dit wil zeggen: om de klanten te tonen hoe goed die groenten wel zijn. Met onze affiches kunnen we ervoor zorgen dat de mensen meer groenten gaan kopen.

Iedereen zal samen met iemand anders uit de klas een affiche mogen ontwerpen om jullie groenten en misschien ook fruit te helpen verkopen. Deze middag gaan we van start met het maken van onze affiches. Volgende week komen de mensen van de groentewinkel langs om de affiches te bekijken (kunnen ook andere leerlingen of leerkrachten van de school zijn).

De inleiding duurt 10 -15 minuten

2. Affiche

Wat moet er allemaal op een affiche staan?

  • Naam van de groente
  • Foto of tekening van de groenten
  • De prijs per stuk / prijs per kg
  • Waarom moet je het kopen / In welk recept is het lekker / Een leuk weetje (op te zoeken op de tablet of computer)

Aan de leerlingen wordt getoond waar alles ligt:

  • Papier
  • Stiften, kleurpotloden, wasco’s
  • Foto’s met voorbeelden
  • Touw, lint

Zijn er vragen?

> Inspelen op vragen van leerlingen

 

Aan de slag met de affiches. De leerlingen werken per 2 of per 3 aan 1 affiche. De leerlingen krijgen hier 40 - 45 minuten voor.

3. Voorbereiden van uitstallen van de kraampjes

Natuurlijk moeten we onze affiches volgende week uitstallen bij kraampjes alsof het een echte winkel zou zijn (in klas, op school). Daar werken we volgende week aan. Wat stal je uit, hoe doe je dit, waar staat je kassa, …We zullen ook moeten nadenken over:

  • Hoe kunnen mensen in de winkel betalen?
  • Waar liggen de groenten en het fruit in? (los of in bakken)
  • Hoe geef je alles mee met de klanten? (in plastieken zakjes, in papieren zakjes, dozen,…)
  • Werk je duurzaam? (zonder veel afval, producten van bij ons,…)
  • Is je kraam netjes ingericht of ligt er vuil en is het slordig? (vuilbak aanwezig)
  • Luister naar de klanten in verband met wat ze nodig hebben. Help je hen goed?

 

OF Er wordt aangesloten bij een reeds bestaand initiatief in de school (betekenisvolle context is nodig!)

 

We ruimen de klas op. Alle snippers en vuil gaat in de juiste vuilnisbakken.

Alle affiches worden verzameld op de kast. Alle ontwerpen leg je op je bureau.

Iemand veegt de klas. De anderen gaan zitten in de kring.

De leerlingen krijgen hier 5 minuten voor.

4. Nabespreking

Aan de hand van enkele vragen houden we een kort kringgesprek:

  • Hoe verliep het maken van de affiche?
  • Wie had hulp nodig?
  • Hoe heb je het werk geregeld en verdeeld?
  • Hoeveel tijd was er voor die opdracht nodig? Wil je graag nog meer tijd volgende week om nog aan je ontwerp te werken?
  • Ben je tevreden met het resultaat?

 

De leerlingen krijgen hier 10 minuten voor.

5. Peerevaluatie

De leerlingen doen aan peerevaluatie. We bespreken kort alle affiches. De leerkracht toont de affiches 1 voor 1. De leerlingen bekijken ze kort. Ze scoren de affiches op bepaalde punten met een lachend, blij, neutraal en verdrietig gezichtje:

  • Inhoud, staat alles erop?
  • Aantrekkelijkheid, is het leuk om naar te kijken?
  • Duidelijkheid, is alles duidelijk?
  • Wil je de groenten kopen na het bekijken van de affiche?
  • Tip?

De leerlingen doen dit individueel, maar schrijven wel de naam op hun blad. De leerlingen krijgen elk 4 strookjes. Hun eigen affiche scoren ze niet. Nadat de leerkracht ze bekeken heeft, worden de formuliertjes doorgegeven aan de juiste groepjes. Ze kunnen deze tips gebruiken voor de volgende keer.

Een legende maken bij deze peerevaluatie kan ook zinvol zijn: bijv. om aan te duiden wat de smileys betekenen (bv: groene smiley = uitstekend, geel = goed, oranje = bijna goed, rood = niet goed).

 

De leerlingen krijgen hier 5 - 10 minuten voor.