Mijn naam is haas…

Sectoren
Kleinvee

De leerlingen kunnen verwoorden wat het verschil is tussen een haas en een konijn.

Inhoud: voedsel + verschil konijn en haas

Doelstellingen

  • De leerlingen kunnen de samenstelling van het voeder voor konijnen ontleden en de herkomst bepalen.
  • De leerlingen kunnen het dierenwelzijn van de konijnen verhogen door rekening te houden met een aangepaste voeding.
  • De leerlingen kunnen berekenen hoeveel dagen de konijnen het redden met de inhoud van een voederzak (bijv. 10 of 25 kg).

Eindtermen en leerplandoelen

Eindtermen 

  • Wereldoriëntatie
    • 1.3
    • 1.5
  • Wiskunde
    • 2.7

VVKBaO

  • MZgm6
  • OWna2
  • WDmm3

OVSG

  • Wereldoriëntatie
    • WO-NAT-01-07
    • WO-NAT-02-07a
    • WO-NAT-02-07b
    • WO-NAT-02-07c
  • Wiskunde
    • WI-SPV.01.05

GO!

  • Wereldoriëntatie
    • 3.2.3.1
    • 3.2.3.8
    • 3.2.4.3
  • Wiskunde
    • 3.2.11
  • materialenkit (met touwen)
  • notitiebord (krijtbord of whiteboard)
  • foto haas en konijn
  • loeppotje
  • konijnenvoer

1. Mijn naam is haas…

AUTHENTIEKE CONTEXT

- Wat betekent het spreekwoord ‘Mijn naam is haas…’  Door wie wordt dat wel eens gebruikt ? Hoe komt het dat in dat spreekwoord een haas wordt gebruikt ? (Hazen zijn wilde en schuwe dieren.  Bij het minste onraad zijn ze weg.  Ook bij het spreekwoord keert dit terug… ‘Ik weet van niks. Ik ben hier weg.’)

- Ook in een ander spreekwoord wordt verwezen naar de haas die altijd wel een drang heeft om te vluchten.  Hij koos het ….  (hazenpad).

2. Hazenpad en hazenweide

DENK- EN DOEVRAGEN

Naast sommige boerderijen heb je een hazenweide.

- Wat zou dat kunnen betekenen ? (Dat is een weide waarin hazen zich kunnen verstoppen en voortplanten zonder dat ze bejaagd worden.)

- Voordat we de hazenweide betreden (en hazen gaan spotten) moeten we wel weten hoe we een haas kunnen herkennen.  Misschien kunnen we dat best doen a.d.h.v. een familielid van de haas. Over welk familielid hebben we het dan ? (het konijn)

Neem hierbij een konijn uit het hok.  Zorg ervoor dat alle kinderen het konijn goed kunnen zien.  Baken desnoods een deel van het terrein af met wat kippengaas. Laat de kinderen vooral verwoorden wat ze zien.  Maak daarbij telkens de vergelijking met de haas op de foto (zie downloads).

 

SYSTEMATISCH ONDERZOEK

Nu betreden we de hazenweide.

Maar zonder een doordacht plan (en een heel stille entree) is de kans heel groot dat we niks zullen zien.

- Waarop letten we ? Hoe kunnen we het minst opvallen ?

- Waar kunnen we de weide het best binnensluipen ?

Wellicht is het wel handig om de groep in duo’s te verdelen en de weide op verschillende plaatsen te betreden.  Maar dit is in elk geval de ideale gelegenheid om de kinderen fysiek te prikkelen en eens over de weide te sluipen. Spreek een eindsignaal af, zodat de groep ook snel terug op de plaats van afspraak is. En wie heeft er hazen gespot ?

3. Voederen van de knaagdieren

TRIGGER

Hierna kunnen de kinderen best wel aan het werk. 

Prikkel de kinderen tijdens het werk met een probleem, dat straks tijdens de reflectie ontrafeld wordt.

Laat de kinderen bijv. stilstaan bij de voeding van konijnen. Eten konijnen enkel wortelen? Of toch wat meer? (Welk voer ? Welke geur? Wat zit er in dat voer ? Hoeveel eten de konijnen ?
Hoe lang kan de boerin met een zak van 25kg rondkomen ? Hoe worden de eetbakjes van de konijnen best hervuld ?)

4. Nabespreking

REFLECTIE EN INTERACTIE

Tijdens de reflectie worden de taken nog eens overlopen en op kwaliteit geëvalueerd.  (Hoe verliep het werk ? Wie had hulp nodig ? Hoe heb je dat geregeld ?...)

Maar er wordt ook een antwoord gezocht op de ‘prikkelvragen’.

- Waarop hebben we vandaag vooral gelet ? (het voer van de konijnen en andere knaagdieren)

- Welk konijnenvoer wordt best voorzien ? (Zorg voor voldoende hooi en biks (= groene of bruine staafjes). Vermijd teveel fruit en brood.  Daar worden konijnen te dik van.  Aan groenvoer moeten konijnen wennen.  Hooi is het belangrijkste… beperk het andere konijnenvoer, want dan worden de blindedarmkeutels niet opgegeten!.  Blindedarmkeutels zijn klein, zacht en donker van kleur. Als het goed is zie je deze keutels niet. Ze worden gelijk opgegeten en voorzien het konijn van de nodige voedingsstoffen en vitaminen.)

- Hoeveel voer krijgen de konijnen ? (Konijnen hebben genoeg aan 20g biks per kg lichaamsgewicht.  Met een zak van 25 kg kom je dus wel even toe.)

- Hoe hebben jullie het aangepakt ?

5. Afsluitend spel

Afsluitend spelen we het hazen- en konijnenspel.  Gebruik daarvoor een touw of trek een denkbeeldige lijn in het zand.  De kinderen staan allen op de lijn en gaan straks links (juist antwoord = konijn) of rechts (= juist antwoord = haas) springen.  Let erop dat ze pas op het eind van het rijm springen (“Konijnen of hazen… zoveel weetjes die ons verbazen”).

Je kunt zelf een paar vragen voorzien.  Laat de kinderen ook een aantal vragen bedenken.  Misschien zit er wel een vraag tussen waarbij de twee antwoorden mogelijk zijn (bijv. “Het is een prooidier.  Konijnen of hazen… zoveel weetjes die ons verbazen.”) Tja, wat moet je dan doen ?

Enkele voorbeelden:
- Ik heb de grootste oren.
- Ik heb de sterkste achterpoten.
- Ik word vaak als huisdier gehouden.
- Ik ren vlug in mijn hol bij gevaar.
- …

Konijnen en hazen

Konijnen leven in het wild maar zijn ook populaire huisdieren, de haas konijnis vooral een wild dier.  Beiden behoren tot de haasachtigen en de prooidieren.  Typisch voor prooidieren is het feit dat ze vrij veel eten, proberen niet opgegeten te worden en zelf ook zorgen voor een pak nakomelingen.

Prooidieren zijn altijd erg alert. Als je een konijn probeert te benaderen, zal een gezond exemplaar altijd direct zijn hol in vluchten. Een haas slaat op de vlucht, maar zal zich op den duur proberen te verstoppen door heel stil te blijven staan. Dit stilstaan doen ze vooral om energie op te sparen voor een laatste vluchtpoging.

Wat betreft de bouw is de haas het sterkste dier. Een haas kan wel 75 kilometer per uur rennen, waardoor roofdieren eigenlijk geen kans maken. Dit rennen kunnen ze ook lang volhouden. Gemiddeld rent een haas aan een snelheid van 50 km per uur. Terwijl een haas vlucht voor zijn vijand kan hij haakse bochten van 90 graden maken. Hiermee ontwijkt de haas aanvallen van de vijand. De haas beschikt dan ook over een flink stel gespierde achterpoten.  Een konijn huppelt meer en heeft een beperkt uithoudingsvermogen en moet het dus meer hebben van een korte vluchtweg richting zijn hol. Zijn ontsnappingsroutes zijn van te voren zorgvuldig verkend.

Hazen hebben geen eigen territorium, ze kunnen zich bewegen over haasgebied van meer dan 40 hectare. De haas heeft grote oren en een zeer goed gehoor, gevaar bemerken ze al van grote afstand. Hazen hebben over het algemeen geen hol maar een hazeleger, een soort kuil. Konijnen zijn wat minder goed in het opmerken van gevaar, vaak is het al dicht genaderd eer ze het door hebben. Konijnen zijn meer ingesteld op de neus. Ze zijn socialer dan hazen en zullen soortgenoten altijd waarschuwen als er gevaar dreigt. Het konijn leeft voor een groot deel onder de grond in tunnels en holen, ook hun nest is ondergronds.

Konijnen worden blind geboren met weinig of geen haar.  Hazen worden geboren met vacht en zicht waardoor ze zich sneller kunnen verdedigen.  De jongen worden zo gezegd kant en klaar geboren. Hazen zijn nl. nestvlieders, de jongen kunnen direct alles doen.

  • Konijnen zijn sociale dieren, ze leven in groepen, de haas is eerder op zichzelf en komen enkel samen om te paren.
  • Konijnen vervangen hun bruine vacht tegen de winter met een grijze vacht, hazen die in koude gebieden leven hebben in de winter zelfs witte haren.

Konijnen eten graag gras en groenten, hazen hebben het meer voor hardere voeding, scheutjes en schillen.