Kropsla (BuSO)

Sectoren
Groene Vingers

Leerlingen kunnen kropsla zaaien en planten. 

 

Oorspronkelijk uitgewerkt voor: leerlingen 13-14 jaar in BuSO OV2 type 2 en 9

Voor leerlingen die:

  • Een (visueel) stappenplan kunnen volgen (indien dit nog niet verworven is, kan dit een goede oefening zijn en kan het volgen van een stappenplan in de doelen opgenomen worden).
  • Baat hebben bij visuele ondersteuning
  • Nood hebben aan instructies in eenvoudige en korte woorden, weinig prikkels en een leerkracht die veel positief bevestigt, rustig en geduldig is.
  • Fysieke mogelijkheden hebben om buiten in een ‘gewone’ tuin te werken

Belangrijk! In het BuO werken we volgens de cyclus van handelingsplanning. Naargelang de beginsituatie van de groep moeten de doelen, materiaal en les- of activiteitenverloop dus aangepast worden.

Deze activiteit werd gemaakt door studenten uit de banaba BuO van Vives campus Kortrijk.

Doelstellingen

  • De leerlingen kunnen sla zaaien.
  • De leerlingen kunnen sla planten.
  • De leerlingen kunnen het voorziene materiaal veilig hanteren.
  • De leerlingen oefenen geduld uit.

Ontwikkelingsdoelen OV1-2

Wonen:

- De leerling voert huishoudelijke activiteiten uit rekening houdend met veiligheid, hygiëne en milieu. 

Werken:

- De leerling kan de activiteit uitvoeren. 

- De leerling is geduldig

- De leerling is bereid om fijnmotorisch werk uit te voeren. 

Vrije tijd

- De leerling durft meedoen aan nieuwe activiteiten. 

  • slazaden
  • gieter met water
  • aarde
  • meetlat
  • tuinhandschoenen 

slazadengieteraardemeetlattuinhandschoenen

Fase 1: voorzaaien

Hoe?

Stap 1

Zaai de zaadjes in aparte potjes gevuld met potgrond

             OF

Verspreid de zaadjes over een groot zaaibed.

zaaienverspreiden

 

Stap 2

Hou bij het verspreiden van de zaadjes over een groot zaaibed rekening met de afstanden tussen de rijen en de zaden.

stap2

 

Stap 3

Bedek de zaadjes met aarde.  

zaaidiepte

 

Stap 4

Geef water. 

gieter

 

Waarom?

Er zijn twee belangrijke redenen waarom we voorzaaien.

1. Om een groeivoorsprong te hebben. Als het buiten nog koud is, kan je binnen eigenlijk al zaaien en het plantje dan later buiten uitplanten. Op die manier heb je enkele weken gewonnen en zal je vlugger groentjes hebben.

voorzaaien

2. Zo heb je al sterk plantje die meer bestand is tegen weersomstandigheden waar zaadjes die willen kiemen het soms wel moeilijk mee  hebben.  Bovendien worden de zaadjes  ook niet meegepikt door de vogels.

regen

 

Onderzoekend leren: om bij na te denken...

Bekijk zeker samen met de kinderen eens de grondtemperatuur. De optimale kiemtemperatuur voor sla is 18 20 °C. (Dit  vind je ook terug op het zakje met zaden.) In maart zal het dus nog veel te koud zijn om sla in de volle grond te zaaien.  Je kan de temperatuur opmeten met een grondthermometer. Laat de leerlingen eventueel zelf nadenken over een manier waardoor je toch al kan zaaien en er een optimale kiemtemperatuur is.

schema

schema

Fase 2: planten

Hoe?

 

Stap 1

De sla wordt uitgeplant in volle grond. Zorg ervoor dat er een  afstand is van 25 cm. Zorg ervoor dat  de wortels  van het slaplantje volledig onder de grond zitten.

planten

 

Plaats in de moestuin?

Sla heeft een vruchtbare grond nodig, maar geen grond die nog maar net flink bemest is met dierlijke mest. Laat wat tijd tussen het bemesten en het planten van sla. Een bodem met een goed vochthoudend vermogen is van belang voor  sla,  omdat een korte periode van watergebrek al kan leiden tot doorschieten. Sla heeft eigenlijk geen slechte buren in de moestuin. Zijn grootste vijand, is de slak.

 

Aandachtspunten

- Slaplantjes zijn kwetsbaar voor ziekten en plagen.

- Slaplantjes houden NIET van slakken. 

slakken

Je hebt hiervoor een paar trucjes:

  • Gebroken eierschalen 
  • Sterke geuren

eierschalenlook

 

Onderzoekend leren: om bij na te denken…

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat onze kroppen sla sneller groeien?

  1. Water
  2. Warmte

zon en regen

Evaluatie

De leerlingen evalueren zichzelf aan de hand van de doelen die de leerkracht aan het begin van de les opstelde.

Bijvoorbeeld het doel: ik ben geduldig.

De leerling krijgt 3 foto’s voor zich: foto van een zaadje, een klein blaadje of een grote krop sla.

Aan de hand van deze foto’s kunnen ze zelf kiezen hoe goed ze zichzelf op dit doel scoren.

  • Kiezen ze een zaadje dan is er nog wat werk aan de winkel. 

  • Kiezen ze een klein blaadje zijn ze goed op weg.         

  • Kiezen ze een grote klop sla hebben ze dit zeer goed onder de knie.  

slazadenklein blaadjekrop sla